Europese versus Amerikaanse Democratie

Friedrich Julius Stahl

Politieke en Kerkelijke Partijen In Europa: Akademische Voorlezingen van Dr F. J. Stahl, in leven Hoogleeraar in de Rechten te Berlijn. Uit het Duitsch vertaald door Dr. A. van der Linde. Nymegen: Adolf Blomhert, 1865. Bladzijden 204–218.

De democratische partij zoals wij haar tijdens de volledige ontwikkeling van haar beginsel, in de eerste Franse omwenteling, gezien hebben, ledigde den kelk der revolutie tot op den bodem. Zij was de volstrekte openbaring van het beginsel der revolutie: de volledige emancipatie des mensen van de hogere macht boven hem, de strijd der titans tegen de door God ingestelde orde onder den schitterende glans van de verheffing van het menselijk geslacht, der stichting van het rijk der algemene mensenliefde. Zij is dan ook de absolute voltooiing van de werkingen der revolutie. Zij vernietigt tot den grond het koningschap, alle gegeven overheid, alle historisch overgeleverde orde en recht; vernietigt alle natuurlijke ongelijkheid zelfs zoo ver dat zij de gehele maatschappij tot een effen bodem maakt; vernietigt de christelijke eredienst ten einde de verloochening van de openbaring als staatsgodsdienst in te voeren; vernietigt zelfs het recht en de vrijheid des mensen; onderwerpt leven en eigendom, ja zelfs geweten en denkwijze stelselmatig aan het anarchisch geweld der massa, der volksopruiing, van den openbaren hartstocht, van den volkswaan van den dag. Zij vernietigt de zedelijkheid der natie, deugden als eerbied, piëteit, ontzag voor de wet verdwijnen, rechtvaardigheid en barmhartigheid maken plaats voor fanatisme, de edele levensvormen worden verbroken en men verheft zich op gemene zeden; in de plaats der courtoisie treedt het sansculottisme; de hogere beschaving, de wetenschap en de kunst worden verstikt door de brutaliteit en de gelijkmakerij van een afzichtelijk gepeupel. Daarom, wanneer het democratisch stelsel duurzaam tot heerschappij geraakt, is het einde, dat de stikdonkere nacht der barbaarsheid zijn zwarte vleugelen uitspreidt over de volken. Sedert de Arabische horden het westen van Europa overstroomden en de Hunnen in het Oosten vielen, werd de Europese, de christelijke beschaving nooit door zulk een groot gevaar bedreigd als toen de macht der democratie ontkluisterd werd, en het gevaar is des te groter omdat de vijand niet van buiten komt maar in ons midden woont en woelt. — Maar niet alleen baart de democratie den ondergang, zij is ten gevolge van haar gewelddadigheid en fanatisme de zelfvernietiging van het menselijk geslacht, hetzij dit fanatisme zich openbare, op de wijze van Marat, als woede en wraak van het gepeupel, of, op de wijze van Robespierre, als volksvergelding of als mengsel van beide. Dit is het wezen van hetgeen men thans de rode republiek noemt. Zij is sedert het schrikbewind nooit weer geheel verwezenlijkt. Maar ook aan minder krachtsontwikkeling hebben geweld, wreedheid, bloeddorst niet ontbroken. De moorden die dadelijk bij het begin der revolutie in de straten van Parijs werden gepleegd aan mensen, tegen wie niets getuigde dan hunne impopulariteit, dan hun algemeen pachtersambt, een omtrent hen uitgestrooid gerucht of een onbepaalde verdenking, de Septembergruwelen, de georganiseerde moordenaarsbenden van Marat, de guillotine van Robespierre , de gebeurtenissen van 1848, de moord van Rossi, Latour, Auerswald, Lichnowsky, en ten allen tijde de straattumulten, het bedreigen van de afgevaardigden, het “à la lanterne” en noch, als een uitwendige karaktertrek, de minachting jegens alle parlementaire vormen en alle parlementaire waardigheid, het gebrul en gehuil der bergpartij, — dat alles is de uitbarsting tot gewelddadigheid die het binnenste wezen der democratie vormt, is de uitbarsting ener duivelse macht tot vernietiging die als een vulkaan smeult onder de goddelijke grondslagen der maatschappij en, waar deze misdadig of lichtzinnig worden omvergerukt, braakt zij de verwoestende stromen uit van verderf en onheil.

Iets geheel anders dan het stelsel en de richting der democratische partij is de democratische staatsregeling. Gene is een eigenaardig voortbrengsel der achttiende eeuw, deze vertoont zich in de verschillende tijdperken der geschiedenis; gene berust op een leerstelsel en een stelselmatige algemenen eis, deze op natuurlijke verhoudingen en bijzonder positief recht; gene is door en door onrechtmatig, vals, verwerpelijk, deze kan naar gelang der omstandigheden rechtmatig, wenselijk zijn. De democratische staatsregeling namelijk bestaat in de soevereiniteit ener overeenkomstig die staatsregeling geordende volksvergadering; het stelsel der democratische partij in de soevereiniteit des volks (der massa). Daar is dus de gegeven orde altijd boven, hier beneden het volk. Daar geldt de wil des volks krachtens de staatsregeling, hier geldt de staatsregeling krachtens den wil en naar het welgevallen des volks. Daar is slechts zeer uitgebreide, hier stelselmatig onbeperkte deelneming aan het stemrecht. Daar zijn instellingen mogelijk die niet uit den wil des volks, uit den menselijke wil zijn afgeleid, bijv. de christelijke staatskerk, hier zijn zulke instellingen onmogelijk. In een woord, wat het wezen der democratische partij is, de loochening der gegeven autoriteit, de loochening van overgeleverd en verbindend recht, dat is vreemd aan de democratische staatsregeling van vroeger en later dagtekening, of waar het doordrong bewerkte het den ondergang der staatsregeling en het verval van den staat. Even zo heb ik reeds vroeger aangetoond, dat de constitutioneel-monarchale staatsregeling en het stelsel der constitutionele partij geheel en al van elkander verschillen. Evenwel is het toch met de democratische staatsregeling niet geheel zoo gesteld als met de constitutioneel-monarchale. Terwijl de constitutioneel-monarchale staatsregeling in haar waar begrip de ontwikkeldste, rijkste en in zo verre hoogste staatsvorm is, en voor de algemene, regelmatige roeping der statenvorming voor onzen tijd gehouden mag worden, is de democratische staatsregeling daarentegen een lagere trap van staatsvorm en een zodanige, die altijd slechts als uitzondering mogelijk en wenselijk is. Want de democratische staatsregeling is reeds op zich zelve in hare organisatie gebrekkig; zij ontbeert wezenlijke inrichtingen waarop de bescherming van de verschillende belangen vanbinnen, de macht naar buiten en de verhevenheid van het staatswezen zelf berusten. Bovendien ontstaat zij in den regel door vernietiging van voorhanden bestanddelen, en van historische overleveringen, dikwijls door vernietiging van de historische deugden der natie. Zoo was met name in Rome de volledige zegepraal der democratie tevens de ondergang aller oude Romeinse deugden.

Het is in het bijzonder Noord-Amerika waar de democratische partij op wijst, als op het voorbeeld en de bevestiging van haar stelsel, even als de constitutionele partij op Engeland. Noord-Amerika vertoont ook ontegenzeggelijk een beeld der democratie in hare beste soort, waar zij indruk maakt door den eenvoud harer vormen en de kracht van haar volksleven. De meest mogelijke gelijkheid, uitbreiding van het stemrecht, vrijheid van voorzorgsmaatregelen van den kant der politie, de afwezigheid van grote staande legers, de geringe kostbaarheid van den staat, groter scheiding van kerk en staat bij christelijk geloof der bevolking — dat zijn de trekken van dit merkwaardig beeld. Noord-Amerika geeft derhalve werkelijk het bewijs van de mogelijkheid der democratie. Maar tevens kan het onweerlegbaar bewijs geleverd worden, dat de democratische staatsregeling van Noord-Amerika iets anders is dan het stelsel der democratische partij in Europa, dat zij niet naar Europa kan worden overgebracht en dat zij ook op zichzelve, ondanks die belangrijke trekken, niet de hoogste toestand en de volmaaktste staatsvorm is.

Tot het overbrengen naar of navolgen in Europa ontbreken alle uit- en inwendige voorwaarden.

Dit alleen is reeds beslissend dat de oorsprong der statenvorming in Amerika een geheel andere is dan in Europa. De staten in Europa werden gegrond door volksverhuizing, de staten in Amerika door kolonisatie. In Europa zijn het natuurlijk gegevene en reeds georganiseerde volken, als het ware verhuizende rijken die hun blijvende plaats innemen op den nieuwen bodem; in Amerika zijn het individuen, die tot dusver gescheiden waren geweest en zich verbinden tot handelmaatschappijen, zoals in Virginia, of tot godsdienstige gemeenten zoals in Nieuw-Engeland. Overeenkomstig dezen oorsprong berusten de staten van Europa van het begin af op de monarchaal-aristocratische autoriteit, wat het geval is met alle natuurlijk door afstamming ontwikkelde en vooral met alle oorlogvoerende volken; de staten van Amerika daarentegen berusten op de gelijkheid van vrijwillig ontstane verenigingen, namelijk op de gelijkheid der handelmaatschappijen of der puriteinse gemeenten. Want het oppergezag van het door Engeland overgezonden gouvernement of van den in Engeland met een vrijbrief begiftigden ondernemer — wat bovendien voor Nieuw-Engeland in het geheel niet bestond — was iets dat buiten de bevolking stond, dat zonder nadeel voor haar inwendig organisme kon vervallen, en ook verviel zodra dit in kracht had toegenomen.

Daarom zijn in Noord-Amerika gelijkheid en democratie in de toestanden van zelfs voorhanden, en er behoefde niet eerst een bepaald rechtsbewustzijn door sloping van oude toestanden, van alle rechtsbewustzijn, alle overlevering te worden gevormd. Verder is overeenkomstig dezen oorsprong der Amerikaanse staten vorming de gemeente het eerste en ontstaat de staat eerst door de vereniging der gemeenten, terwijl omgekeerd in Europa de staat, het rijk, d. i., het georganiseerde volk het eerste is dat zich ontwikkelt tot gemeenten of lenen. Deze type bestaat tot op heden. Noch tegenwoordig is in Amerika de staat meer een samenvoeging van zelfstandige gemeenten, de Unie een samenvoeging van zelfstandige staten; in Europa daarentegen is de staat een oorspronkelijke, ondeelbare eenheid, de gemeenten zijn de daaruit ontwikkelde ledematen, en waar zich een statenstaat vormde, zoals het Duitse rijk, daar is het rijk het oorspronkelijke en soevereine, daar zijn de afzonderlijke staten de onderdanen die zich later tot onafhankelijkheid hebben ontwikkeld.

Dit is oorzaak waarom in Amerika die grote zelfstandigheid (autonomie) tegenover den staat mogelijk is, die Tocqueville zo bewondert. Dit is oorzaak waarom de ruimer scheiding van kerk en staat in Amerika minder verderfelijk, dat het openbare leven minder gevestigd is in den staat dan in de gemeente. Doch hierin ligt tevens een sterke steun voor de democratische staatsregeling, want voor de gemeente is zij natuurlijk, terwijl zij voor een rijk in den eigenlijke zin onnatuurlijk is. Deze beide wezenlijke voorwaarden der democratie, de gelijkheid van toestand en het karakter van den staat als enkel samenstelling van zelfstandige gemeenten, zijn derhalve reeds aanwezig in den oorsprong der staten vorming in Amerika, terwijl in Europa het tegendeel plaats heeft. De grote volksverhuizing leidde tot monarchieën, de kolonisatie door handelmaatschappijen en godsdienstige vluchtelingen leidde tot democratieën, dit is een natuurwet.

Doch er heerst ook een geheel andere geest in de democratie van Amerika dan in die van Europa. In de eerste plaats bestaat daar noch iets van den zin voor recht die thans bijna een prerogatief is van den Engelsen volksstam, terwijl hij in Frankrijk door de revolutie geheel verloren gegaan en in Duitsland door de eeuwenoude schuld van regering en volk verzwakt is. De Amerikaanse vrijheid heeft derhalve, ondanks grote verbastering, toch altijd noch even als de Engelse vrijheid tot kern de onafhankelijkheid en veiligheid van het individu in zijn bepaald recht en in zijnen bepaalden kring; de revolutionaire democratie op het vasteland daarentegen heeft tot haren kern wederkerige na-ijver, zucht tot wederkerige overheersing. Nu kunnen er wel ontelbare onafhankelijkheden, maar niet ontelbare pogingen tot overheersing naast elkander bestaan.

Vervolgens berust het Amerikaanse volksleven op de christelijke openbaring en de christelijke godsvrucht, en welk een beteugeling van de uitspattingen der democraten sedert 1789 is daarin gelegen! De democratische partij bezit even weinig van dezen zin voor recht als van dien christelijken zin; in tegendeel, de bestrijding van beide behoort tot haar levenstaak. Het valt echter in het oog, dat wanneer het in het algemeen mogelijk en heilzaam is, de volksmassa los te maken van hoger gezag en geheel aan haar eigen bestuur over te laten, dit toch dan alleen mogelijk en heilzaam zijn kan indien zij in haar eigen binnenste teugels en perken heeft. Waar zullen deze zonder strengen rechtszin en zonder ware godsvrucht vandaan komen? Daarom geldt in Europa democratie en anarchie voor een en hetzelfde en dit zou alleen reeds een voldoenden grond er voor opleveren, dat hare mogelijkheid in Amerika noch niet is hare mogelijkheid in Europa.

Hiermede wil ik nu geenszins de democratische beweging in Amerika, die de losscheuring van Engeland bewerkte, voor zuiver verklaren. Zij stond reeds onder den invloed van het ongeloof en het verzet tegen het gezag, onder den invloed der Franse filosofie. Dit geldt met name van de leidslieden der beweging. Mannen als Thomas Paine en Jefferson waren tegen het koningschap reeds geheel vervuld met dien brutalen haat die op verloochening van de godsdienst berust, en, indien hij dezelfde tegenstand had ontmoet ook dezelfde verschijnselen als in Frankrijk zou hebben opgeleverd. Jefferson is de eigenlijke vertegenwoordiger van den profanen staat; hij bezit den niet benijdenswaardige roem, als vervaardiger van de declaratie van onafhankelijkheid het eerst het beginsel van opstand in een officiële volksakte verkondigd en het beginsel der scheiding van kerk en staat het eerst verwezenlijkt te hebben. Een voorbeeld van opruiing waarover zich onze democraten niet zouden behoeven te schamen, vertelt Jefferson zelf in zijne veertig jaren later uitgegeven Gedenkschriften. Hij en zijne politieke vrienden, hoewel het van algemene bekendheid was dat zij vreemd zo niet vijandig waren aan het christelijk geloof, bedienden zich van de voorbeelden en vormen der puriteinen ter bereiking van hun politiek doel. Zo besloten zij om de opgewondenheid te vermeerderen, toen de Bostonbill (die den vrijbrief terug nam) in werking zou komen, een algemenen boetedag in Virginia te houden (vasten, gebed, verootmoediging voor God), opdat God de ellende des oorlogs mocht afwenden. Daar deze voorslag uit hunnen mond niet vertrouwd en niet nagekomen zou zijn geworden, bewogen zij een eerwaardige ouderling hem op zijn naam te doen. Het doel om de verbittering daardoor te doen toenemen en een formele breuk met den Engelsen gouverneur te veroorzaken werd volmaakt bereikt. Het is opmerkelijk dat Jefferson en Adams, de vervaardigers van de onafhankelijkheids verklaring, beiden vijftig jaren later op denzelfden dag dier verklaring gestorven zijn. Franklin verborg onder de eenvoudige kwakerdracht den sluwen, ongelovigen diplomaat, en de bevolking van Nieuw-Engeland werd op dat tijdstip door een geest bezield dien men zonder de minste overdrijving oproerig mag noemen. Maar in den kern des volks was een betere zin dan die zijner aanvoerders en der opgewondenheid van het ogenblik, en ondanks dit verderf bevond zich de beweging toch noch altijd op den bodem van oorspronkelijke, natuurlijke toestanden, van oorspronkelijk christelijke, met name puriteins-christelijke overleveringen, was zij daarom ontoegankelijk voor het eigenlijkst wezen der latere Europese revolutie: de stelselmatige vernietiging van al het bestaande en de stichting van een geheel nieuw gebouw op den grondslag der menselijke rede.

Al deze voorwaarden der Amerikaanse democratie liepen in zeker opzicht samen in Nieuw-Engeland. Deze kolonie grondde zich in haren oorsprong zoo duidelijk en beslist als geen andere op de vrije vereniging van individuen in plaats van de natuurlijke ontwikkeling eens volks. De eerste kolonisten, de pelgrimvaders, ondertekenden voor hunne landing op het schip den overeenkomst, bij welke zij, die tot dusver geen verplichting of afhankelijkheid jegens elkander hadden, zich onderling verbonden gemeenschappelijk een staat te stichten en zich daaraan te onderwerpen; wel het enige voorbeeld in de ganse geschiedenis dat een staat werkelijk door verdrag werd gevestigd. De kolonie Nieuw-Engeland bestond dadelijk zo als geen andere, uit leden die in gelijken toestand verkeerden, had geen protectors in Londen, wien een vrijbrief verleend was, had geen aanzienlijken in haar midden, en bevestigde en verhoogde deze gelijkheid noch door den grondslag der godsdienst. In Nieuw-Engeland werden, ten minste beslister dan ergens elders, de staten gesticht door de vereniging van onderscheidene zelfstandige gemeenten. Nieuw-Engeland eindelijk vertegenwoordigde de puriteinse geestdrift des geloofs met de puriteinse strengheid van zeden. Indien ooit een volk door zijnen oorsprong, zijne geschiedenis en zijne toestanden tot de democratische staatsregeling geroepen was, dan is het de bevolking van Nieuw-Engeland. Maar ook de afscheuring van het moederland was daar meer dan elders voorbereid. Met de puriteinse opvatting van het christendom verdroeg zich de opstand het best. Het is Nieuw-Engeland , dat door het scherp democratisch karakter zijner eigen staatsregeling, door zijn onstuimige haat tegen Engeland, de afscheuring besliste. Nieuw-Engeland is voorbeeld en voorganger van Noord-Amerika.

Zoo berust dan de democratische staatsregeling van Noord- Amerika op geheel andere onderstellingen en is zij met een geheel anderen geest vervuld, dan die welke in Europa bestaan. Daardoor is alles vreemd aan de Amerikaanse democratie wat de inwendigste drijfveer is van de Europese en de grond harer verwerpelijkheid: de vergoding van het volk, het fanatisme der broederschap, de pantheïstische vernietiging van het individu en van zijn recht tegenover den algemenen wil, de emancipatie van alle goddelijke en menselijke orde, de haat tegen het christendom. Zij kent daarom ook niet de onbeperkte macht des volks, dat heden staatsregeling en wetten maakt om ze morgen weer te laten varen, kent niet de gewelddadigheid die den grondtrek uitmaakt der democratie in Europa. De Amerikaanse democratie is slechts een soort van staatsvorm, terwijl de Europese democratie de stelselmatig voortgaande omwenteling van den staat, ja de omwenteling van de menselijke denkwijze is.

Eindelijk bestaan in Noord-Amerika buitengewone uitwendige gunstige omstandigheden voor de democratie, welke in Europa ontbreken. De Staten van Noord-Amerika hebben overvloed van land bij een niet talrijke bevolking; ten gevolge daarvan hebben zij geen proletariaat en dus ook niet het gevaar dat daaruit ontstaat bij een volksvertegenwoordiging op den grondslag van het algemeen stemrecht. In de zuidelijke staten bekleden de slaven de plaats onzer arbeiders en de vrijen vormen daardoor van zelfs reeds een soort van aristocratie, wier volmaakte gelijkstelling in rechten dan niet moeilijk is. Verder hebben de staten van Noord-Amerika de alleenheerschappij in hun werelddeel, nergens een gevaarlijke nabuur en zij behoeven daarom geen staand leger op Europese schaal, niet zulke drukkende belastingen en geen sterke geconcentreerde monarchale macht.

Vat men dit alles samen dan wordt het duidelijk, waarom de democratie wel in Amerika en niet in Europa kan bestaan en gedijen.

En desniettemin — ook de democratische staatsregeling in Amerika is er ver van af, het model ener volmaakte staatsregeling te zijn of den voorrang te verdienen boven den staatkundigen toestand der rijken in Europa.

De democratische staatsregeling is op zich-zelve en afgezien van al haren invloed of haar misbruik, in den regel de uitdrukking van een minder ontwikkeld volksleven, en dit wordt juist door Noord-Amerika bevestigd. De inhoud van het leven in Amerika bepaalt zich van den enen kant tot het godsdienstig belang, dat daar bovendien bijna alleen in de eenzijdige gedaante van sekten optreedt, van den anderen kant tot de stoffelijke belangen, het nuttigheidsbeginsel, derhalve tot het hoogste en het laagste belang. Inmiddels bleef de afstand daartussen tot dusver onvoldoende aangevuld: wetenschap, kunst, poëzie, schoonheid des levens,— in dezen gehelen kring heeft de bevolking van Noord-Amerika niets uitstekends voortgebracht; deze belangen zijn dus geen sterke drijfveer, zijn ten minste geen kracht en talent in haar leven. Ook daarin bestaat evenwel de rijkdom ener natie en hoe ver is Engeland, dat toch met Noord-Amerika van denzelfden volksstam is, daarin vooruit. Aan dezen minder rijken inhoud van het volksleven beantwoordt de Amerikaanse democratie met hare eenvoudige, eentonige, isolerende vormen; daarentegen beantwoorden aan den rijkdom des Engelsen levens de ríjke, geniale vormen der staatsregeling. Hier vinden we de majesteit van het koningschap met den glans zijner regering, het sterke bolwerk der aristocratie, de macht van het parlement, de nationale kerk als uitdrukking en belichaming van het gemeenschappelijk godsdienstig leven der natie, het hoge aanzien van het recht, het aanzien der wetenschappelijke corporaties, het behoud van geheel de grote geschiedenis der natie in hare voortbrengselen en hare overleveringen te midden van het heden. Mag men een staatsregeling die de uitdrukking is van een arm volksleven, voortreffelijker, verhevener, voorbeeldiger achten dan die welke de uitdrukking is van een rijk volksleven? Ja het karakter van zedelijke reinheid, verhevenheid en grote politieke wijsheid, dat Amerika in den onafhankelijkheidsoorlog waarlijk bezat, stamt af uit een tijd toen het koningschap, de kerk en de aristocratie van Engeland noch een macht in Amerika waren en Washington behoorde zelf tot de aristocratie; en welk een onderscheid tusschen Washington en Jefferson, Patrik, Pann e. a.!

Maar ten opzichte van hare vruchten verloochent de Amerikaanse democratie de verkeerdheden niet die men, zover de geschiedenis reikt, steeds in haar gevolg ontdekt.

Aan uitspattingen van het grauw ontbreekt het ook daar niet. De volksjustitie in Noord-Amerika in hare woestheid en onrechtvaardigheid is beroemd en berucht. Onschuldigen, die van een of ander, niet van een misdaad maar slechts van wat voor onzedelijk of schandelijk gehouden wordt, verdacht worden of wellicht juister, die toevallig impopulair zijn, worden dikwijls onderworpen aan de afschuwelijke onterende procedure geteerd en geveerd te worden. Jeugd of geslacht zijn daartegen geen waarborg. Ja op dien bodem der vrijheid mag zich in de zuidelijke staten niemand uiten tegen de slavernij, of hij wordt door dit Lynchgericht getroffen. — Ook ontbreekt het daar niet aan de tirannie der volksmening. Wie tegen haar optreedt vindt, zoals de nauwkeurig waarnemende en liberale Tocqueville dit schetst, nergens bescherming: het volk mishandelt hem, de besturen geven hem prijs, de jury spreekt zijne vervolgers vrij. Terwijl bij ons koning, ambtenaars, rechters, kamers, volksmening zovele machten zijn die elkander wederkerig temperen, bestaat daar slechts de ene macht der publieke opinie en wee hem die haar trotseert! Dit leidt dan ook tot het overwicht der drukpers en daardoor van den stand der journalisten, wier heerschappij waarlijk niet de uitstekendste is die in de maatschappij kan worden aangetroffen.

Eindelijk ontbreekt het daar niet aan een soort van ontbinding, binnen zekere grenzen aan anarchie. Men geniet daar de vrijheid niet lastig te worden gevallen door beschermende maatregelen, zoals bijv. tegen bedriegerij van banken, tegen oplichterij bij den aankoop van land, tegen de lichtzinnigheid, van stoomboot- en spoorwegmaatschappijen, in wier handen men bij de onmisbaarheid dezer vervoermiddelen is overgeleverd. Zou de voorzorg die de staat bij ons voor de onderdanen in acht neemt ten einde te waken dat leven, bezitting, gezondheid niet in gevaar gebracht worden, indien zij die voorzorg maar niet tot in het kleingeestige overdrijft, waarlijk zulk een verachtelijke eigenschap van onzen openbaren toestand zijn?

Door dit alles geloof ik voldoende te hebben bewezen dat noch de democratische staatsregeling van Noord-Amerika naar Europa kan worden overgebracht, noch, al ware dit mogelijk, een meer volmaakte en begeerlijke toestand is. In elk geval geloof ik te hebben bewezen dat de democratische staatsregeling van Noord-Amerika iets geheel anders is dan het politiek stelsel der democratische partij in Europa, en dat door gene, al houdt men haar voor noch zoo voortreffelijk, de wenselijkheid en uitvoerbaarheid van deze niet kan worden aangetoond.

In de richtingen die wij tot dusver hebben onderzocht, zowel het liberalisme als de democratie, ligt iets algemeens wat zich vertoont in den ontwikkelingsgang van bijna alle volken, en toch weder iets geheel eigenaardigs dat alleen behoort tot onzen tijd. Het algemene komt voort uit den natuurlijke grondslag dezer partijen, namelijk de volksklassen en haar belang. In de geschiedenis aller volken ontmoeten wij een rijke en een arme klasse, een klasse met historische onderscheiding en historisch voorrecht en een gegoede klasse zonder deze voorrechten die zich eerst in den loop des tijds na de eerstgenoemde ontwikkelt, den strijd dezer klassen om politieke macht en door middel der politieke macht om eigen voordeel. Daardoor ontmoeten we in de Griekse republieken en in Rome zoo dikwijls eendere verschijnselen van politieke strijd, gelijksoortige oorzaken, middelen, uitkomsten, als sedert het einde der vorige eeuw in Frankrijk en Duitsland. Zoo kan men met name de romeinse partijen der aristocratie en democratie met de hedendaagse vergelijken. Maar de denkbeelden die zich van deze natuurlijke bestanddelen en belangen meester maken en aan de partijen eerst haar eigenlijk merk verlenen, behoren geheel tot onzen tijd en worden in de oudheid of in het geheel niet of in onbeduidende sporen gevonden. Het denkbeeld der liberale partij, — het individu met zijne individuele vrijheid en individuele mening te maken tot middelpunt van den staat, — en het denkbeeld der democratische partij — de apotheose van den volkswil en de broederschap, — dat alles kent de oudheid niet.

Dit is niet enkel een natuurlijke strijd, maar het streven naar een geestelijk zedelijk ideaal, is in zijne afdwaling niet slechts feitelijke overtreding van Gods geboden, maar stelselmatige emancipatie van God en Zijne openbaring. Deze gehele diepere, ideale zijde van de revolutie en hare partijen is als vergoding van den mens en zijne emancipatie van God de keerzijde van het christelijk standpunt en kon er derhalve niet zijn voor het christendom en de christelijke volken.